30
Jan
Resultaten vergroening aanpak perenbladvlo

In het EFRO-project EVERGREEN van GreenPort NHN is onderzoek gedaan naar verdere verduurzaming van de perenteelt in Noord- Holland. In het project is gewerkt aan een mix van maatregelen die een perenteler kan nemen om de perenbladvlo zo natuurlijk mogelijk onder controle te houden. De focus lag -naast het gebruik van een selectief spuitschema om zoveel mogelijk te profiteren van natuurlijke vijanden- ook op de effecten van bemesting op de plaagontwikkeling. Met als doel om de inzet van chemische gewasbeschermingsmiddelen tegen perenbladvlo tot een minimum te beperken. 

In meerdere teeltseizoenen werd gezocht naar enerzijds de relatie tussen perenbladvlo, groeikracht en bemesting (met name stikstof) en anderzijds naar het verbanden tussen de aanwezigheid van bodemleven in het voorjaar en het aantal oorwormen in de zomer. Afgelopen december werden de resultaten van de drie projectjaren met de deelnemende fruittelers bediscussieerd.

Om een effect van bemesting op de perenbladvlo te onderzoeken zijn in de afgelopen drie jaar op acht bedrijven drie bemestingsniveaus toegepast (laag, standaard en hoog). Deze verschillen in bemesting vertaalden zich in verschillen in de hoeveelheid beschikbare stikstof in de bodem. In het derde projectjaar werd ook een duidelijk effect op de kwaliteit van de vruchten, gegroeid op het lage stikstofniveau, vastgesteld. Een effect van de lagere  stikstofgift op de aanwezigheid van de perenbladvlo werd echter niet gevonden. Mogelijk moet daarvoor de hoeveelheid stikstof nog verder worden teruggebracht, maar het zou ook kunnen dat de effecten op de perenbladvlo te klein waren om bij het lage aantastingsniveau te herkennen.  

Op alle negen bedrijven werd 3 jaar lang op steeds dezelfde plekken het aantal oorwormen bepaald. In 2016 was dit op acht van de negen deelnemende bedrijven extreem laag, maar herstelde in 2017 en 2018 op alle bedrijven. Dit proces werd ondersteund door toepassing van een selectieve spuitschema. Maar er zijn op perceelsniveau ook plekken waar de oorwormen afwezig blijven. Hier is een slechte bodemstructuur de meest waarschijnlijk beperkende factoor voor een herstel van de populaties.

Op praktijkschaal kon worden vastgesteld, dat de oorworm van grotere invloed is op de perenbladvlo dan een verlaging van het bemestingsniveau. Ook hebben de deelnemende telers ervaren, dat de beslissing over wel of niet spuiten en de keuze van het optimale spuittijdstip makkelijker wordt dankzij goede begeleiding en intensieve kennisuitwisseling met collega’s. Het aantal bespuitingen tegen de perenbladvlo werd in de loop van de drie projectjaren dan ook gehalveerd.

Dit project werd mede gefinancierd door NFO,  perentelers in Noord-Holland, Provincie Noord-Holland en het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). Het project staat onder leiding van WUR-PPO Randwijk en Fruitconsult. 

Foto: Oorworm in schemering. Als het donker wordt verlaten de oorwormen hun slaapplek en speuren de boom af naar voedsel, waaronder perenbladvlooien (sticker met meelmoteieren) .             

                     

Plaats een reactie