10
Apr
Gezond eten na een niertransplantatie

Wat houdt mensen tegen om gezond te eten na een niertransplantatie? En wat stimuleert hen juist om wél genoeg groente en fruit te eten? Dat onderzoekt Karin Boslooper, promovendus op de afdeling nefrologie van het UMCG. De antwoorden op deze vragen vond ze bij de bron: in gesprekken met patiënten, met partners en met zorgverleners.

Een mevrouw, de partner van een transplantatiepatiënt, vertelde dat zij heus gezond wilde koken voor haar man en haarzelf. “Zij was gewend om pastasaus te maken uit een zakje. Dat dat niet gezond is, omdat daar veel zout in zit, dat wilde ze wel geloven. Maar ze wist niet hoe ze pastasaus moest maken zonder zakje.”

Weinig kalium

Veel nierpatiënten hebben, voor zij een niertransplantatie ondergaan, te maken met heel specifieke leefregels, waaronder een kaliumbeperking. Kalium is een mineraal. Het lichaam heeft het onder meer nodig voor het regelen van de vochtbalans en de bloeddruk.

Kalium zit in de meeste groente en fruit. Gezonde nieren houden de hoeveelheid kalium in het lichaam constant, en zorgen ervoor dat een teveel aan kalium wordt uitgeplast. Maar zieke nieren kunnen dat niet of nauwelijks, en daarom wordt nierpatiënten, tegen alle regels over gezond eten in, geadviseerd om vooral niet te veel groente en fruit te eten.

Maar dit advies vervalt zodra een nierpatiënt een transplantatie heeft ondergaan. “Een donornier kan wél kalium uitscheiden, dus mensen mogen na een transplantatie weer volop groente en fruit eten. Juist voor deze mensen is dat belangrijk, want uit onderzoek blijkt dat het eten van groente en fruit na niertransplantatie het risico op diabetes kleiner maakt. Toch eten niertransplantatiepatiënten nog minder fruit en groente dan de gemiddelde Nederlander, en we weten dat die al te weinig groente en fruit binnenkrijgt.”

Routine veranderen

Hoe dat kan? Boslooper praatte met verschillende focusgroepen, verdeeld in patiënten, partners en zorgverleners, om daar achter te komen.

“Om te beginnen”, schetst Boslooper de eerste barrière, “is het moeilijk om routine te veranderen. Dat geldt voor ieder mens. Dus heb je jarenlang weinig groente en fruit gegeten, dan moet je echt moeite doen om er elke dag opnieuw aan te denken dit wel te doen. Veel mensen vergeten het gewoon.”

Bovendien, merkte Boslooper, zijn sommige mensen ook na transplantatie bang dat groente en fruit toch niet goed voor ze is. “Ze zijn terughoudend, hebben nog niet het vertrouwen dat hun nieuwe nier de kalium wél kan uitscheiden.”

Alles wat lekker is

Andere patiënten waren juist níet terughoudend, maar dan vooral met ongezond eten. “De leef- en eetregels voor nierpatiënten zijn heel beperkend. Sommige mensen zijn zo blij dat ze na een transplantatie af zijn van die strenge regels en gaan los. Ze eten alles wat ze lekker vinden, en dat is toch vaak ongezond eten. Het effect daarvan is al vrij snel zichtbaar; sommige patiënten komen in een paar maanden kilo’s aan.”

Voor sommigen heeft gezond eten weinig prioriteit omdat ze zich liever met andere dingen bezig houden. “Ze storten zich op de dingen die ze al die tijd dat ze ziek waren niet konden”, zegt Boslooper. “Ze willen weer aan het werk gaan, of aandacht besteden aan hun familie, aan vrienden, aan leuke dingen ondernemen die ze jarenlang niet konden. Ze hebben simpelweg geen zin om met eten bezig te zijn.”

Weinig aandacht of tijd hebben voor eten staat vaak gelijk aan ongezond eten – want je moet toch iets eten. “Een snelle hap is vaak geen gezonde keuze, ook al denken mensen vaak dat dat best meevalt. We overschatten hoe gezond we eten, bijna iedereen doet dat. Dus ook de mensen die een niertransplantatie hebben ondergaan.”

Dankbaar

Maar hoe moeilijk gezond eten ook kan zijn, Boslooper hoorde ook positieve geluiden: “Mensen die een donororgaan hebben gekregen zijn heel dankbaar en willen heel graag hun best doen om goed voor hun nieuwe orgaan te zorgen. En de partners geven aan dat ze daarin graag willen ondersteunen. Sommige mensen hebben geluk, die hebben een partner die weet hoe dat moet. Maar denk even terug aan de mevrouw van de pastasaus: ze wil wel, maar weet niet hoe.”

Goede ondersteuning en informatie is daarom belangrijk, en daar is de huidige zorg niet goed op ingericht, vindt Boslooper. “Patiënten krijgen nog tijdens de opname, vijf dagen na hun transplantatie, al de voorlichting over voeding. Maar die eerste dagen na een transplantatie zijn heel intensief, en mensen zijn dan nog helemaal niet toe aan een gesprek over gezond eten.”

Gesprekken over gezond eten horen thuis in de spreekkamer van de internist, zegt Boslooper. “Artsen zeggen: we weten nog te weinig over de effecten van gezonde voeding op de lange termijn, dus we kunnen er ook nog niet over adviseren. Maar ik vind: gezondheid bevorderen moet onderdeel zijn van het takenpakket van een arts. Je hoeft echt niet alles te weten, maar heb er aandacht voor, en onderken dat het belangrijk is.”

Ze ziet graag dat artsen gezond eten meer gaan bevorderen. Daarom wil ze aan het einde van haar promotietraject de resultaten van haar onderzoek bundelen in een boekje voor internisten. “Alles wat een internist moet weten over voeding. Zodat leefstijlgeneeskunde door alle artsen wordt gezien als onderdeel van hun werk en een vast onderdeel wordt in een gesprek tussen arts en patiënt.”

Bron: 04-04-2019, door Marjolein te Winkel, Universitair Medisch Centrum Groningen

Plaats een reactie